Jeroen Nijdam had geen idee dat op die plek Romeins was te vinden. Hij was in het najaar van 2008 zomaar op een akker aan de Noordesch in Anloo aan het zoeken en was aan het eind van de middag eigenlijk al weer op de terugweg naar zijn auto. Toch nog maar even de detector aan, en opeens kreeg hij toch nog een leuk signaal. Hij dacht in eerste instantie een knoop te vinden, maar toen hij het schijfje met de kop van een keizer goed bekeek drong het tot hem door dat hij een zilveren Romeinse munt had gevonden.
Al gauw kreeg hij een volgend signaal en weer een en weer..... Na diverse Romeinse munten gevonden te hebben ging hij naar huis. De volgende ochtend vroeg was hij weer op de akker aanwezig. Totaal vond hij zo'n 50 zilveren Romeinse denari uit de periode 68 - 222 na Chr.
Zie ook: RTV Noord
Adobe Flash Player not installed or older than 9.0.115!
Jeroen had een schaaltekening gemaakt met de exacte vindplaats van de munten en vervolgens de vondst gemeld bij provinciaal archeoloog Wijnand van der Sanden (Drents Plateau).
De schatvondst werd eerst angstvallig stil gehouden om geen andere zoekers op een idee te brengen. Bij de opvolgende archeologische opgraving werd een oppervlakte van zo'n 550 m2 onderzocht en kwamen nog eens tientallen munten aan het licht. Totaal werden 110 munten in de bouwvoor gevonden. Door bemesting van het land zijn niet alle munten goed bewaard gebleven. De munten zijn onderzocht door Paul Belien van het Geld- en bankmuseum in Utrecht. Tijdens de opgraving zijn er verder geen bewoningssporen uit de Romeinse tijd gevonden. De vondst van de munten in Noord Drenthe is niet uniek, maar toch wel bijzonder, omdat Drenthe niet in het Romeinse Rijk lag maar in het vrije Germania. De rivier de Rijn vormde toen de grens van het Romeinse Rijk. Eerder zijn er schatvondsten uit de Romeinse tijd gevonden in Beilen, Barger-Compascum en Balloo.
Behalve de munten bracht de opgraving ook andere interessante sporen aan het licht. Zo kwamen er ook graven uit de urnenveldentijd te voorschijn (1200-500 v.Chr.). Twee urnen met crematieresten zijn opgegraven om iets meer over de kwaliteit van de sporen te kunnen zeggen. Verder zijn er aardewerkscherven aangetroffen uit de periode van de Trechterbekercultuur (3400-2800 v. Chr.). Dit is de tijd van de hunebedbouwers, de eerste echte boeren op Drentse bodem.
Hoe de muntschat in de grond terecht is gekomen blijft gissen. "Waarschijnlijk is het geld door iemand bewaard in een gesloten geheel zoals in een buideltje van leer of textiel. Veelal had dergelijk zilver een aanzien als status, werd er mee betaald en geïmponeerd, maar het kan evengoed in een oud graf zijn bijgezet als offer", aldus Wijnand van der Sanden, provinciaal archeoloog van Drenthe.
Jeroen die al jaren lid is van onze vereniging werd tijdens de presentatie volop door de provinciaal archeoloog en de wethouder in het zonnetje gezet. Vooral de manier waarop Jeroen is om gegaan met de schatvondst is een voorbeeld voor alle metaaldetectoramateurs. Jeroen vond het een prachtige ervaring om tijdens de opgraving met de archeologen samen te werken. Jeroen gefeliciteerd met deze prachtige vondst.
Eerdaags kunt u in een interview in het Detector Magazine meer lezen.